Martijn van Duivenboden (directeur Gigant), Jack Liemburg (kunstenaar), Martin de Bes (manager van diverse kunstenaars) en Ben Mouw (stichting Ateliers Apeldoorn) gingen vanmiddag onder leiding van lijsttrekker van D66, Olaf Prinsen, het debat aan over kunst en cultuur in Apeldoorn. Het spreekt bijna voor zich dat dit onderwerpen zijn waar de meningen over verschillen. En dat zal ook altijd wel zo blijven.
In ieder geval werd er goed gediscussieerd en ook het aanwezige publiek – naar schatting honderd personen – mengde zich in het debat. Wat punten die opgeworpen werden: kunstenaars moeten hun eigen broek op houden, de gemeente (of overheid) moet niet subsidiëren, maar faciliteren. Subsidies wel of niet? Kunst en creativiteit moet ook of weer meer plaats krijgen in het onderwijs.
En natuurlijk werd er weer gemopperd op CODA… hetzelfde liedje: gesloten in de zomer en biedt geen ruimte aan kunst en kunstenaars uit de regio. Cees Andriessen gaf de aanstichter in deze, Jack Liemburg, in ieder geval een fors weerwoord. Ben Mouw suggereerde dat aan een van de grondstenen van CODA, het Van Reekum museum, een tweetal voorwaarden verbonden zijn door de familie Van Reekum. Ten eerste dat de naam Van Reekum altijd gevoerd zou worden en ten tweede dat er jaarlijks een overzichtsexpositie van ‘Apeldoornse’ kunst gehouden zou worden. En dat men zich dus niet aan deze voorwaarden houdt. Tja, wellicht is het toch goed als mevrouw Reinders hier op reageert en ook een keer aangeeft wat het beleid van Coda met betrekking tot de exposities is.
Verder werd er toch vooral gewezen op het gebrek aan visie in de gemeente ten aanzien van kunst en cultuur. En op het gevaar van de huidige tijd waar men dreigt kunst en cultuur als het ware te ‘schrappen’.
De aanwezigen waren het naar mijn mening allen wel eens over het belang van de kunst en cultuur (anders waren ze natuurlijk thuis gebleven), maar verschilden van mening over de mate waarin de overheid moet sturen etc.
Voor Apeldoorn in het bijzonder werd gewezen op het tekort aan atelierruimte, waardoor het lastiger is om kunstenaars binnen de gemeentegrenzen te houden. En dat is natuurlijk wel van belang als men een levendig kunstklimaat wil hebben. Een klimaat dat ook meer gestalte kan krijgen door meer samen te werken, tussen individuen, tussen groepen en tussen organisaties.
Verder werd gewezen op het minderwaardigheidscomplex van de Apeldoorner: we zouden trotser op Apeldoorn moeten zijn. En niet moeten doen alsof er nooit wat gebeurt. Want dat is namelijk helemaal niet zo. Er gebeurt heel veel. Ook heel veel samen.
Initiator D66 gaf aan dat het van belang is om met ideeën te komen en te blijven komen: bij D66, maar ook bij de ambtenaren in het gemeentehuis en de andere politieke partijen.
Een geslaagd debat. Goed dat dit gebeurt. Het is zeker zinvol om op deze manier vaker met elkaar in discussie te gaan.
- Jeannette Groenink
Gerelateerde artikelen:
Ik ben toch wel erg nieuwsgierig naar het stevige weerwoord van Cees Andriessen.
Misschien kan dat nog even worden samengevat.
Immers er zijn er zijn vele kunststromingen en publiekstrekkers. Nu zijn de presentaties wel erg eenzijdig
Naar mijn mening wordt er inderdaad nogal laagdunkend over de regionale kunstenaars gedaan.
Om dat misverstand uit de weg te ruimen zou er zo nu en dan eigenlijk wel wat meer mogelijkheden gecreëerd kunnen worden zodat het publiek, dat toch wel laat afweten ook weer wat enthousiaster gaat worden.
In grote steden kent men ook dit beleid waarom dan in Apeldoorn niet?
Er mag nog heel wat gebeuren in het Apeldoornse voor wat betreft het kunstklimaat. Fijn dat professionele kunstenaars zich aangesproken voelen. Dat is in deze tijd van bezuinigingen absoluut nodig. Meepraten kan vast weer op 18 mei bij Coda Open. Wim, ik reken op je!
Ik hoop er te zijn. Ik heb even het tijdstip gemist bij CODA OPEN 18 mei.
Is mevrouw Reinders ook aanwezig om haar visie uiteen te zetten?
Kan zij zo autonoom opereren dat zij gemaakte afspraken gewoon kan negeren?